HALTE 29 – HALTE NK HOOGERHEIDE

De Hoge Snelheidstrein die Chantal heet vertrok begin dit jaar van Station Blaak. De trein is na 23 september 2017 gehuld in de regenboogkleuren van onze wereldkampioen Chantal! Wat leuk dat je ook voor deze treinrit een kaartje hebt gekocht!

De trein stopte zaterdag 30 juni 2018 in Hoogerheide waar het Nederlands Kampioenschap verreden werd…

 

‘Ik zei nog met een vette knipoog tegen mijn vriend Lars: “Vorig jaar heb ik je na afloop een kwartier moeten zoeken, als ik dit keer win moet je wel aan de finish staan hoor…” en het kwam nog uit ook…

We kwamen vrijdagmiddag bijeen in het hotel in Bergen op Zoom. Onze ploeg bestond uit slechts drie meiden: Anna, Amy en ik. Meer Nederlandse meiden zijn er niet, natuurlijk hebben we nog Jip maar zij heeft helaas haar bekken gebroken. We zijn na de lunch lekker met zijn drieën het parcours gaan verkennen op de fiets, Danny ging met ons mee. Ik was zelf een paar weken geleden al gaan kijken met Chanella Stougje en Gerard Buijing. Dat vind ik prettig – het is goed voor de focus. Mijn gevoel na het ritje met Anna, Amy en Danny strookte met mijn allereerste indruk: best een lastig parcours. Licht geaccidenteerd, wat keienstroken en de warmte uiteraard. Ik geloofde nooit dat het zo makkelijk zou worden zoals ik links en rechts zo hoorde.

Terug in het hotel kregen we een bidon met een proteïne-shake, en na de massage en het avondeten gingen we lekker vroeg naar bed. Het meest ontspannen is voor mij een fijn luisterboek en wat muziek. Echt aan de koers denken doe ik dan niet meer. Ik weet dat ik goed heb getraind, ik ken het parcours en de ploegentactiek is besproken. Ik ben sowieso een goede slaper, ook deze zaterdagochtend werd ik pas na achten wakker. Ik moest nog eventjes denken aan mijn kampioenstrui van 2017 die ik uiteindelijk maar drie maanden heb kunnen dragen… vreemd idee eigenlijk…

Het ontbijt is erg belangrijk voor een belangrijke koers. Ik eet in principe altijd hetzelfde: fruit, yoghurt met muesli, een broodje, een kop koffie en poffertjes als extra hahaha.

Met onze fonkelnieuwe bus reden we naar de start in Nispen. De sfeer was daar heel gemoedelijk. Er heerste niet echt een nerveuze NK-sfeer omdat de finish in Hoogerheide lag. Eigenlijk was dat best fijn, zo’n stressvrije start. In alle rust spelden we onze nummers op.

Normaal gezien is een NK een relatief nerveuze wedstrijd. Iedereen wil voorin zitten, het is vechten voor je plekkie. Zo gingen de eerste 50 kilometer voorbij. Ik voelde me wat onrustig. Eenmaal aangekomen in de omgeving van Hoogerheide moesten we acht plaatselijke rondjes van elf kilometer rijden. Bij de eerste of tweede passage ging ik op mijn plaat…. vlak voor me waren een paar meiden gevallen, ik kon geen kant op. Niets ergs, geen schade aan mijzelf of aan mijn fiets. Ik kreeg twee volle bidonnetjes mee en tussen de volgauto’s vond ik mijn plaatsje terug in het peloton. “Ja wat zou een kampioenschap zijn zonder Chantal die op haar plaat gaat”, grapte Anna nog. Ook mijn trainingsmaatje Lucinda refereerde aan mijn valpartij in Bergen die uiteindelijk aan de wieg stond van mijn wereldtitel.  Ik kon er, net  als Anna en Luus, wel om lachen… de echte wedstrijd moest immers nog beginnen.

Voor mijn doen had ik weinig last van de warmte. Ik moest gewoon goed blijven drinken om niet te ontploffen. Ik voelde me goed. Er waren diverse aanvalletjes links en rechts geweest, maar iedereen werd teruggehaald en naarmate de koers vorderde konden steeds minder meiden aansluiten. Toen Marianne met iemand weg was, begon de wedstrijd pas echt. Samen met de meiden van Sunweb was de groep weer bijeen gebracht. Er moesten toen nog drie rondjes worden gereden, en we waren nog met zo’n 10 à 15 meiden over.

We demarreerden om en om. Ik moest goed mijn kop erbij houden – aan het begin van de wedstrijd zaten Anna en ik beetje te slapen… zo’n twintig meiden hadden de boel op de kant gezet en wij zaten er niet bij. Het duurde een kilometertje of zes voordat we weer terug waren. Geen paniek, dat niet, maar wel een moment om te onthouden: houd je koppie erbij Chantal! Geen fouten meer nu!

Anna en Amy hadden het al eens geprobeerd, maar niemand kwam echt weg. Met nog een anderhalf rondje te rijden probeerde ik het. Floortje Mackaij sprong mee. Onze eerste gedachte? Gewoon weg zien te komen, maar ook wij kregen niet echt veel ruimte. Bij het begin van het laatste rondje zat iedereen weer bij elkaar.

Persoonlijk ben ik gebaat bij een harde koers….een sloopkoers noem ik het. Dus bij wijze van spreken kleppen op en dan volle bak koers, onder liefst zware omstandigheden. Hitte, kou, maakt niet uit. Als het maar een harde wedstrijd is.

Iedereen loerde naar elkaar. Ik stond op het punt van breken, net als de overige meiden overigens. Dat wist ik, dat zag ik, dat voelde ik. In de diepe finale is altijd het altijd de vraag… wie kán nog…wie dúrft nog… en wie dóet het…

De groep ging wijd uiteen, we reden nog geen 20 kilometer aan het uur. We waren als wachtende katten in een boom. Kunnen, durven, doen. Dat zijn de sleutelwoorden. Welke demarrage is raak? Wie heeft het winnende nummertje? De koers was zó hard gemaakt dat iedereen op knakken stond. Kon ik? Durfde ik? Zou ik? Wat had ik te verliezen? Een uittredend kampioen moet strijdend ten onder gaan…. en als het mij niet lukt, dan zijn Anna en Amy er nog…

Kunnen, durven, doen. Kunnen, durven, doen. Kunnen, durven, doen….

En ik ging.

Ik trok echt vol door. Ik voelde het bloed door mijn hoofd kloppen… het deed mijn oren suizen… ik wist dat ik zo snel mogelijk uit zicht moest zien te komen… dát is belangrijk…. dat werkt demoraliserend voor de meiden achter me… en ik dacht bij mijzelf gas erop nu Blaakie…. alles uit de kast trekken… de meiden achter je zitten ook op de limiet… het was nog twee kilometer, anderhalf, één…. wat had ik een dorst… drinken wilde ik…. ik wilde eigenlijk alleen maar finishen om te kunnen drinken… ik kon me niet herinneren dat ik ooit zo’n dorst had gehad…. ik zat er helemaal doorheen… alles deed me zeer…. alles…. “dóór Blaakie… dóór….”, gonsde het door mijn bonzende hoofd… mijn benen voelden hard, mijn keel gortdroog… driehonderd meter…. tweehonderd meter… de stem van de speaker… het gejuich vanaf de kant… hoor ik mijn familie… zie ik mijn familie… mijn supporters… dorst… dóór…. dóór… de speaker roept mijn naam…. Chantal Blaak… ik heb zo’n dorst… Nederlands Kampioen!…. mijn armen!….. het zijn míjn armen die in de lucht gaan… ze reiken naar de blauwe hemel boven Hoogerheide…. ik ben er…. ik ben er… dorst… pijn… vreugde… ik heb het geflikt…. en daar staat ie…. Lars…. zoals beloofd….’

Tekst Marco Hendriks

   

    

   

 

 

 

 

 

Geen reacties

Geef een reactie