Halte 28 – Halte RWC Ahoy’…. Chantal achter de Derny

De Hoge Snelheidstrein die Chantal heet vertrok begin dit jaar van Station Blaak. De trein is na 23 september 2017 gehuld in de regenboogkleuren van onze wereldkampioen Chantal! Wat leuk dat je ook voor deze treinrit een kaartje hebt gekocht.

De trein stopte maandag 25 juni 2018 bij de legendarische wielerbaan van RWC Ahoy in Rotterdam waar Chantal zich voorbereidde op het naderende NK Wielrennen…

 

 

‘Dit? Dit is een Puch Maxi Motor 75 CC cilinder met een 19 millimeter carburateur… Gaat gewoon 85 kilometer per uur hoor…’

Met een rood gezicht van de opwinding doet gangmaker Gerard Buijing zijn helm af en vraagt hij me met de spontaniteit van een kind: ‘proberen?’

‘Nee nee nee!’, haast ik me te zeggen, ‘dadelijk gebeurt er wat… wil ik niet op mijn geweten hebben.’

De Gerard Joling in me zit me weer eens dwars. Ondertussen lacht Chantal haar tanden bloot. Ze heeft er zojuist, naar eigen zeggen, een “rustige” training op zitten achter de derny van Gerard op de wielerbaan van RWC Ahoy. ‘Om snelheid te trainen’, zegt ze terwijl ze haar Garmin aandachtig uitleest.

In de kantine trakteert Gerard ons op een bak koffie.

Chantal: ‘Ik train nu zo’n jaartje of drie achter Gerard. Vaak in de aanloop naar een wedstrijd zoals het NK waarbij ik gewoon lekker op snelheid wil trainen. Een rustige training betekent voor mij een gangetje van zo’n 44 à 45 kilometer in het uur.’

‘Maar Gerard, ik zag dat jij geen snelheidsmeter hebt op je derny… hoe weet jij dan hoe hard het gaat?’

‘Gevoel… alles op gevoel…’

Hoe voelt een gangmaker in hemelsnaam wat de gereden snelheid is? Gerard ziet die vraag blijkbaar in mijn ogen liggen, dus hoef ik hem niet meer te stellen:

‘Ik voel het aan de toeren van mijn motor. Het is de ervaring van het vak dat ik heb geleerd van Dick Verdoorn, een van de beste gangmakers die ons land gekend heeft. Hij ontraadde mij een snelheidsmeter. En bij mijn handvat om gas te geven heb ik een streepje gekrast. Dat noem ik het streepje van Chantal. Reuze handig, ik weet precies waar ze hoe hard wil…’

‘Hoe vaak trainen jullie samen?’

Chantal: ‘Een paar keer per jaar. Het heeft echt te maken met mijn trainings- en wedstrijdschema. Wanneer past het en wanneer niet. In 2016 trainde ik relatief veel achter de derny, in 2017 minder. En natuurlijk ben ik ook afhankelijk van Gerards agenda… ‘

Gerard: ‘Ik ben net 65 geworden, maar werk nog altijd inderdaad. Maar als het kan ga ik graag een stukkie fietsen met Chantal. Dan praten we over de koers.’

Chantal: ‘Als we samen fietsen stelt Gerard me graag vragen. Waarom dit? Waarom zus? Waarom zo?’

Gerard: ‘Nou over “zus” gesproken, da’s misschien leuk om te vertellen… het eerste contact tussen ons kwam eigenlijk tot stand door Chantals zus Nelleke. Zij had nog een tijdje bij de junioren getraind en ik was toen haar coach. Met Nelleke was het ook zo fijn werken. Het is gewoon een fijne familie. Ze komen natuurlijk uit Zuidland, een kleinere gemeente, en ik uit Rotterdam. Jij weet ook dat bij ons het hart op de tong ligt…. toch botste dat nooit…’

Al met al loopt Chantal een jaartje of tien mee bij RWC Ahoy. De laatste drie jaar is Gerard haar vaste gangbaker op de derny:

‘Gerard weet precies wat ik wil. Van te voren geef ik aan hoe ik wil trainen qua snelheid en duur. Tijdens de training hebben we eigenlijk nauwelijks contact. Gerard voelt het gewoon. We rijden een lekker tempo, ik kijk naar mijn wattages, snelheden, ik trek een paar felle sprints, ik pik weer aan bij Gerard…’

‘Ik moet een toevoeging voor Chantal zijn, geen afbreuk! Ik let niet alleen op het tempo. Ook de veiligheid. Er mag Chantal niets overkomen…’, zegt Gerard een tikkie emotioneel, ‘…stel je toch eens voor…. Eén keer per ronde kijk ik achterom… voor de zekerheid… daarna let ik alleen op mijn snelheid… hoe ik haar uit de wind kan houden… zij moet vooral draaien… ik let dus op dat ik de bochten goed aansnijd, dus veilig aansnijd… ik houd altijd ruimte… ik moet weten dat Chantal onder iedere omstandigheid kan uitwijken…’

‘Dat vertrouwen is inderdaad cruciaal. Er kan soms nog geen krant tussen zijn spatbord en mijn voorwiel. Dat vertrouwen moet er echt zijn. Hij mag niet twijfelen… ik trouwens ook niet…’

We wandelen naar buiten om nog wat van de namiddagse zon mee te pikken. Gerard en ik worden weer kind als Chantal haar speciale fiets laat zien. Als ze hem lichtjes in de zonkant kantelt, schitteren de regenboogkleuren in haar hagelwitte frame. ‘Da’s een speciale coating’, mompelt Gerard, ‘prachtig he…’

Dan wordt de aandacht verlegd naar de derny, genoemd naar de Franse familie die deze lichte motorfiets in 1938 uitvond. Gerard legt uit:

‘Iedere derny is qua afmetingen, snelheid en zwaarte onderworpen aan strenge voorschriften van de KNWU. Een derny is in de kern een fiets met een hulpmotor. Je móet dus meetrappen. Mijn derny heb ik in België gekocht bij Simon Derny. Het motorblok heb ik zelf in elkaar gedraaid. Ik rijd zelf zo’n 20 à 25 wedstrijden per jaar, voornamelijk in Nederland en België, en altijd buiten. Daar voel ik me het meest op mijn gemak. Ik ben nu 65 jaar en ik ben vergroeid met wielervereniging RWC Ahoy. Mijn vader Willem was er de tweede voorzitter, ik ben er medevoorzitter. In 1967 kreeg ik van mijn pa mijn eerste racefiets…een tweedehands Adorni Girardengo was dat. Die hadden we kocht bij Adrianus van Herpen aan de Noordmolenstraat. Dus ik zit meer dan 50 jaar op de fiets. Ik heb alle koersen in en rondom Rotterdam wel een keertje gewonnen. Zo kwam ik aan de bijnaam Wereldkampioen van Rotterdam hahaha. En nu mag ik de gangmaker zijn van de échte wereldkampioen, onze Chantal. Mooi toch? Ik ken iedere centimeter asfalt hier, God weet hoeveel rondjes ik hier gereden heb. En drie jaar geleden won ik hier op mijn 62e mijn laatste koers…’

Dan staren we naar het parcours van “zijn” RWC Ahoy en zegt Gerard zonder mij aan te kijken:

‘Soms komt ze naast me rijden en geeft ze met het aantal vingers aan hoeveel rondjes ze eraan wil plakken. Ik houd haar vooral uit de wind door een beetje bij te trappen op een recht stuk als we uit een bocht komen. Bijtrappen geeft het verschil van één à twee kilometer per uur éxtra… dus een miniem verschil, maar dat maakt het voor Chantal comfortabel dat ze haar tempo lekker kan houden en daar draait alles om… om haar natuurlijk… zij moet er haar boterham mee verdienen…’

‘Gerard, voel jij je eigenlijk een onderdeel van Chantals succes?’

‘Dat moet je aan haar vragen’, antwoordt Gerard, duidelijk verlegen met deze vraag.

Chantal klikt haar helm vast en zegt: ‘Succes is eigenlijk een puzzel en een puzzel moet compleet zijn… als ook maar één stukje ontbreekt….’

En dan rijdt ze van ons weg. In haar regenboogtrui. Heeft ze gezien dat haar twee puzzelstukjes haar uitzwaaiden?

 

***

Tekst Marco Hendriks
Dank aan Gerard Buijing en RWC Ahoy

 

FOTOGALERIJ

[KLIK OP EEN AFBEELDING VOOR EEN  VERGROTING]

 

 

 

Geen reacties

Geef een reactie