Halte 17 – de Ploegentijdrit

De Hoge Snelheidstrein die Chantal heet vertrok begin dit jaar van Station Blaak. Na het EK in het Deense Herning trok de trein op volle snelheid door naar het Zweedse Vårgårda waar Chantals ploeg Boels-Dolmans ter voorbereiding van het WK deelnam aan een ploegentijdrit.

Veel leesplezier bij Halte 18: De Ploegentijdrit!

“Ik heb een bijzondere band met de ploegentijdrit.

In 2012 haalde ik op het WK in Valkenburg met AA Drink een bronzen medaille voor de ploegentijdrit. Het was de eerste keer in lange tijd dat er een WK ploegentijdrit gehouden werd. Het was ook mijn allereerste WK medaille. Voor teams erg belangrijk omdat je op een WK kunt strijden om de titel in je eigen teamshirt en niet in het shirt van Nederland. Eindelijk de sponsor in beeld op een WK. Ik beleef het als de belangrijkste wedstrijd van het jaar.

Wij maakten er toen al een doel van om een medaille te halen. Het WK werd immers gehouden in Nederland, ik reed voor een Nederlandse ploeg met louter Nederlandse sponsoren. Ik weet nog goed dat het die tijd nog afwachten was wat de toekomst van het WK ploegentijdrit zou worden…

Inmiddels is het WK ploegentijdrit super belangrijk geworden, zowel bij de mannen als bij de vrouwen, en terecht! Hoe mooi is het om met je eigen team wereldkampioen te worden, samen met de meiden en de begeleiding waar je het hele jaar mee werkt. Het is ook echt een teamprestatie. Je vult elkaar aan en maakt gebruik van elkaars kwaliteiten. Iedereen heeft een sterke en een zwakke kant. Daar moet je eerlijk in zijn – je moet naar elkaar toe durven uitspreken. Je bent één unit, één machine, een geoliede trein als het goed loopt. En het is het allermooiste gevoel ter wereld als je sámen wint en sámen op het podium staat. En uiteraard verlies je ook samen….it’s all in the game!

En ik kan het weten. In 2014 werd ik wereldkampioen met Specialized Lululemon in het Spaanse Ponferrada. Het was geweldig! We hadden er hard voor gewerkt, we waren topfavoriet en maakten die rol ook waar. Dat gevoel…die ontlading…. super!

Het jaar erop werd ik samen met Boels Dolmans tweede in Richmond, Virginia. Dat voelde echt als verliezen. We verloren op zes seconden van Canons Scram, die ploeg die in 2014 nog Specialized Lululemon heette…inderdaad mijn oude team…

Oh wat was dat zuur! Ergens wilden we wel blij zijn met zilver, want zeg nou eerlijk zilver op een WK is ook mooi en we waren ook geen topfavoriet. Ondanks het verlies moesten wij wel tevreden zijn, al herinner ik me vooral het dubbele gevoel. We hebben gebaald, maar hebben elkaar ook omhelsd en tegen elkaar gezegd dat we trots op elkaar waren.

De les die we hadden geleerd? Werk aan de winkel! Harder en vooral gerichter trainen op deze bijzondere discipline.

Na Richmond hebben we vervolgens geen enkele ploegentijdrit meer verloren. Niet één! En ik maakte persoonlijk deel uit van iedere selectie die namens Boels-Dolmans aan de start van een ploegentijdrit verscheen.

Vorig jaar werden we in de bloedhitte van Qatar wereldkampioen. Het voelde als een beloning op ons geweldige seizoen van 2016. We wonnen veel, maar die wereldtitel voor de ploeg…die ontbrak nog. We voelden nog de teleurstelling van die tweede plaats van Richmond 2015….

En nu… nu zitten we vier weken voor het WK in Bergen. De kaarten zijn opnieuw geschud. De teamsamenstellingen zijn veranderd. Niet alleen in ons team, maar ook in andere teams. Steeds meer ploegen maken er een doel van, steeds meer ploegen trainen er serieus voor. Dit is goed voor de sport in het algemeen en een erkenning voor deze discipline in het bijzonder.

Wat maakt zo’n ploegentijdrit nu zo bijzonder en waarom ben ik er zo gek op?

Die twee vragen zijn cruciaal en de ene vraag heeft eigenlijk met de andere te maken. Het antwoord is dan ook gelijkluidend:

Ik ben van nature een “ploegenmens”, een teamspeler. Ik kan er natuurlijk van genieten als ik zelf win, maar het sámen winnen geeft me ook zo’n enorme kick. Je wint niet alleen, je wint niet alleen met de meiden, maar je wint met de voltallige ploeg. Juist dát element maakt het zo speciaal.

Neem nu de technische staf. De rol van de ploegleider mag niet onderschat worden. Hij geeft ons informatie vanuit de auto in onze “oortjes”. Je moet denken aan het doorgeven van tussentijden en dergelijke. Maar hij moet ook navigeren want wij zien alleen de rug en de billenpartij van de voorgangster.

Maar vergis je ook niet in zijn rol tijdens de voorbereiding. Wie selecteert hij? In welke volgorde rijden we? Zijn we fit genoeg? Rijden we wel een constante snelheid? Let op: te zacht rijden is natuurlijk niet goed, maar te hard ook niet want je kunt daarmee je eigen ploeg opblazen.

Dan de rol van de verzorgers. We worden nauwlettend in de gaten gehouden op het gebied van het nemen van rust, het masseren, de voeding, noem het maar op.
Op de dag van de wedstrijd zijn wij natuurlijk veranderd in zes “stresskippen”. De een wil nog een gelletje (“nee, niet díe, die dáár wil ik!”) de ander wil nog effe snel een bidonnetje (“nee alleen water, die Iso hoef ik niet!”). Een pak scheurt uit, zij wil ijs in haar nek, zij wil graag een jasje of nee doe toch maar weer uit, maar houd hem wel in de buurt voor het geval dat…
Dan de rol van de mecanicien. Hij is dagen druk met onze tijdritfietsen die uiteraard moeten lopen als een zonnetje. Alles wordt nagekeken, niets (maar dan ook echt niets) mag eraan mankeren. Dus is het check-check-dubbelcheck.

De meesten doen de warming-up op hun wegfiets. Die moeten allemaal in volgorde klaar staan op de Tacx. Alles moet perfect zijn. Tijdens de ploegentijdrit zit de mecanicien natuurlijk peentjes te zweten en maar te hopen dat we geen materiaalpech zullen krijgen. Als zoiets iets gebeurt dan moet dat natuurlijk ook snel worden hersteld om zo min mogelijk tijd te verliezen.

Kortom iedereen is bloednerveus voor een ploegentijdrit. Iedereen is bang voor een slechte dag of een fout. Niemand wil diegene zijn waardoor een wedstrijd verloren wordt. Iedereen is gefocust en nerveus en uiteindelijk komt al die stress op de ploegleiding, verzorgers, de mecaniciens en de sponsoren neer. Wat een respect heb ik voor hen! De enige manier om onze dankbaarheid te tonen? Door wereldkampioen te worden natuurlijk, maar de lezer snapt nu wel dat zoiets makkelijker gezegd is dan gedaan!

Het gevoel van het rijden van een ploegentijdrit laat zich het best vergelijken met vliegen. Met zweven misschien wel. Het gaat echt ongelooflijk hard – het is een klein uurtje pijn lijden.

Kortom de ploegentijdsrit van Vårgårda is de enige en laatste test!

We zijn favoriet, maar de concurrentie is groot en we weten allemaal hoe moeilijk het is om weer wereldkampioen te worden. We gaan ervoor…de meiden, de ploegleiding, de verzorgers, de mecaniciens, de sponsoren, de fans….”

 

Bedankt voor jullie aandacht en tot de volgende halte…Station 18….Noorwegen!

 

***

Benieuwd hoe de ploegentijdrit is verlopen in Vårgårda?

Lees hier het wedstrijdverslag!

 

Geen reacties

Geef een reactie