Halte 9 – Station Luik / De Stravabaard

De Hoge Snelheidstrein die Chantal heet vertrok begin dit jaar van Station Blaak. De trein deed afgelopen zondag 23 april Luik aan waar Chantal deelnam aan Luik-Bastenaken-Luik. Veel leesplezier!

‘Anders kijk even op mijn Strava, als je wilt weten hoe hard we hebben gereden. Ik heb eigenlijk geen idee.’

Ik kan niet anders dan Chantals wens opvolgen. Waarom doet zij mij dit aan?

Met een curieuze mengeling van aarzeling (ik weet wat er gaat komen) en vastberadenheid (ik weet dat dit móet), klik ik op haar Strava account om die pagina, na het zien van de gemiddelde snelheid, meteen weer weg te drukken.

Sommige waarheden zijn te confronterend. Feyenoord sinds 1999 geen kampioen. De laatste zes albums van Bob Dylan zijn slaapverwekkend. Chantal Blaak fietst te hard voor me.

Ik besluit eerst maar eens de Strava gegevens bekijken van ons eigen ritje, een dag vóór Luik-Bastenaken-Luik.

We reden die dag met de Alpe d’HuZes ploeg Team Rotterdam Fund Racers de beroemde lussen rondom Trois-Ponts, een wielerdorp in het hart van de Ardennen dat in het leven is geroepen om wielrennende recreanten het leven zuur te maken.

Je gaat er altijd heen met ongepast optimisme, je verlaat Trois-Points totaal gedesillusioneerd. Keer op keer.

Vanaf lus 6.5 reden Lars en ik alleen. We waren op elkaar aangewezen en spraken over Chantal (hij) en over Feyenoord (ik), over Luik-Bastenaken-Luik (hij) en over de Coolsingel (ik), over het nut van scheerapparaten (hij) en over de noodzaak van baarden (ik).

Het is nu zondagavond 23 april en Chantal heeft mij geadviseerd om naar haar Strava account te kijken. Dat was natuurlijk geen advies, het was een opdracht. Zo zijn vrouwen. Snoeihard. Chantal wist immers dat haar Lars een dag ervóór een stuk van Luik-Bastenaken-Luik had gefietst aan de zijde van mij, haar Spookrijdende Blogger, die de laatste weken met een in haar ogen spuuglelijke baard door het leven gaat omdat die mafkees werkelijk gelooft dat het bijgelovig geluk brengt om Feyenoord landskampioen te maken.

Ik kijk naar de Strava-gegevens van Lars en mij. In een volgend tabblad heb ik de Strava-gegevens van Chantal heropend. De waarheid kent geen genade, net als profwielrensters. Ik glimlach. Chantal had me zojuist gebeld en gezegd dat ze tijdens de koers nog aan Lars en mij had moeten denken, maar pas nadát ze in het laatste deel van Luik-Bastenaken-Luik moest afhaken.

Koers over, lichten uit.

‘Het was een mooie maar wel loodzware koers. Echt heel anders dan de Amstel. Ik ben superblij dat Anna en Lizzie weer nummer één en twee werden. Een ongelofelijk succes voor onze ploeg. Mijn taak was: bij Anna in de buurt blijven en zorgen dat zij zo fris mogelijk aan de finale kon beginnen. Dat heb ik volgehouden tot La Rouche, die klim lag 20 kilometer voor het einde. Daar moest ik eraf, ik wilde niet, maar ik kon niet meer. Maar ja, lossen omdat je eigen ploeggenoten demarreren is toegestaan en doet wat minder pijn hahaha.’

Zo had Chantal het verwoord.

Lars en ik hadden als Sjors en Sjimmie van de Rebellenclub woorden van gelijke strekking gebruikt toen wij op Facebook live verslag deden tijdens een gemeen klimmetje ergens in de bossen rondom Trois-Ponts.

Het was Koers! We hadden er iedereen afgereden. Op minuten gezet. Het klassement overhoop. En Parijs was nog ver.

‘Luik-Bastenaken-Luik valt eigenlijk met geen enkele andere koers te vergelijken. Ik ben zo blij en trots op alle meiden dat deze koers eindelijk voor ons op de wielerkalender staat. Maar ik heb afgezien als een beest hahaha.’

Ik snapte haar lachen wel en niet.

Wel omdat afzien gewoon heerlijk is als je goed getraind bent en je de pijn verdragen kunt. Niet omdat ik plotseling moest denken aan Lars gisteren aan de finish van onze rit waarin wij als kwajongens Luik-Bastenaken-Luik hadden nagespeeld.

Toen wij na 82 kilometer zogenaamde ‘koers’ bij de Landal Village les Gottales in Saint Jacques aankwamen, zakte Lars haast in elkaar. Op de bank van huisje 26 braakte hij bijkans en slikte hij de laatste etensrestjes weg die zich na de allerlaatste beklimming van 16% een weg naar boven (richting strot) hadden gevochten.

‘Ik moet kotsen’, waren zijn laatste legendarische woorden alvorens het licht uitging bij onze Lars. Van dit tafereel appte ik een foto naar Chantal die reageerde met een huilende lach-emoticon en een zoveelste sneer over mijn baard (‘Jezus die baard….’).

Cijfers liegen niet.

Lars en ik fietsten 81,2 kilometer in 4 uur en 54 seconden. Dat geeft een gemiddelde snelheid van 20,2 km/uur met een maximum van 60,5 km/uur.

Chantal en haar fietsvriendinnetjes fietsten 136 kilometer in 3 uur 50 minuten en 25 seconden, gemiddelde snelheid 35,5 km/uur met een maximum van 83,5 km/uur.

De verzachtende omstandigheden (voor die meiden worden alle kruispunten afgezet, als ze lek rijden krijgen ze 1-2-3 een nieuw bandje en worden ze hangend aan een ploegauto zo weer teruggebracht, zij hoeven de avond ervoor niet te zuipen, zij zijn jonger, zij zijn lichter, wij hebben veel meer aan onze kop, zij hebben geen slaapproblemen, zij hebben geen anti-aerodynamische baard en zij zijn nooit zo ongesteld zoals wij mannen) maken veel goed, maar lang niet alles natuurlijk.

Eigenlijk heb ik twee keuzes: of mezelf als fietser niet meer serieus nemen, of Chantal Blaak ontvolgen op Strava.

De waarheid is dat ik een baard van Strava krijg…

 

Volgende halte: Yorkshire!

 

[tekst Marco Hendriks / www.spookrijden.nu]

Geen reacties

Geef een reactie